In regionaal huis-aan-huis-blad ‘Over d’n Dam’ wordt verwezen naar mijn opiniestuk, dat te vinden is bij ‘Berichten & Blogs’ op de site van actiegroep ‘tegenwind stijbeemden’ (www.tegenwindstijbeemden.nl). Daarin heeft u al kunnen lezen dat ik me ernstig zorgen maak over met name de gezondheidseffecten die windmolens op omwonenden kunnen hebben. Dat heeft alles te maken met negatieve beïnvloeding van ons zenuwstelsel. Daar wil ik in dit artikel nog wat dieper op ingaan, zodat u kunt begrijpen waarom ik me zoveel zorgen maak.

Onderaan dit artikel kunt u mijn biografie en achtergrond lezen. Vanuit mijn achtergrond, visie en praktijkervaring is het logisch dat ik me zorgen maak over de invloed van de laag frequente trillingen die windmolens uitzenden. Die belasten het zenuwstelsel van omwonenden. Vooral het feit dat die blootstelling continu, dus dag èn nacht is, maakt het in mijn ogen bijzonder schadelijk.

Eerst even kort iets over de werking van ons lichaam en de opbouw en de aansturing ervan door cellen > zenuwcellen > ons complexe zenuwstelsel.

Een lichaam bestaat uit organen (lever, ogen, hart, …) en verbindende structuren (bloedvaten, lymfevaten, zenuwbanen, spieren). Deze structuren liggen in het lichaam ingebed in vliezen en bevinden zich in een waterige, mineraalrijke oplossing. Het lichaam als geheel is volledig opgebouwd uit cellen.

Cellen zijn kleine zakjes, omgeven door een uit vetten bestaand membraan en gevuld met waterige vloeistof, het zogenaamde cytoplasma. Een cel is de kleinste levende ‘zelfstandig’ functionerende eenheid in het lichaam. ‘Zelfstandig’ staat tussen aanhalingstekens omdat de cel uiteraard niet goed kan functioneren zonder zijn natuurlijke omgeving. Net zoals in het groot de mens dat ook niet kan. Een cel heeft continu zuurstof en voedingsstoffen nodig en moet zich dus in een omgeving bevinden waarin dat goed uitgewisseld kan worden. Prikkels uit de omgeving worden waargenomen en beïnvloeden het functioneren van cellen en organismen. Er is constante uitwisseling en aanpassing aan de omgeving.

Cellen zijn dus de basale bouwstenen van het lichaam. Het functioneren hiervan wordt intensief bestudeerd door celbiologen. Er zijn elke seconde duizelingwekkend veel processen gaande in een cel. Dat is bijna net zo onvoorstelbaar en fascinerend als de aanwezigheid van structuren en processen in de ruimte. Die processen worden uitgebreid bestudeerd door de wetenschap. Sterrenkundigen zoomen uit op het universum. Celbiologen zoomen in op cellen in het lichaam. Werkend als celbioloog vraag ik me echter af of we ooit alles zullen kunnen begrijpen en bewijzen. De complexiteit en flexibiliteit van die celbiologische processen is enorm. Wetenschappers hebben wel al heel veel ontdekt en gegevens daaruit proberen wij te vertalen in praktische toepassingen om mensen beter te maken. De processen zijn echter zo buitengewoon complex en flexibel dat alles wetenschappelijk bewijzen nu en in de toekomst naar mijn idee niet mogelijk zal zijn.

Het zenuwstelsel bestaat uit zeer gespecialiseerde cellen: zenuwcellen, ook wel neuronen genoemd.

Zenuwcellen zijn met elkaar geschakeld en liggen verbonden in zenuwbanen. Zo vormen ze als het ware de ‘elektriciteitskabels en dimmers’ voor de apparaten (organen en klieren) in je lichaam. Ze kunnen via zintuigen geprikkeld worden. Ze geleiden deze prikkels middels een elektrisch signaal langs de membraan naar het uiteinde van de cel: de synaps. De synaps is een soort zuignap die verbinding maakt met een volgende zenuwcel, het doel-orgaan of de spier die geprikkeld moet worden. Een elektriciteitsdraad wordt ter isolatie en ter voorkoming van energieverlies omgeven door een plastic coat. Een zenuwcel heeft ook een functionele isolatielaag: de myeline schede. De elektrische stroom die langs een zenuwcel loopt werkt net als in elektriciteitsdraden door middel van het stromen van elektronen. Deze worden opgewekt door allerlei processen in de cel en aan de celmembraan: ionen-wisseling, lading verschillen en chemische reacties.

Logisch dat elektromagnetische velden en stralingen met bepaalde frequenties deze complexe, ‘elektrische’, biologische processen kunnen beïnvloeden. En als de blootstelling continu is, zeker kunnen verstoren!

Zenuwen prikkelen de organen om in actie te komen of juist om af te remmen. Je kunt je dan ook voorstellen dat verstoringen in die zenuwcellen, of juist stimulatie van die zenuwcellen, verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de werking van de organen.

Zenuwcellen zijn als celtype zo zeer gespecialiseerd dat ze niet meer kunnen delen of regenereren. Men heeft lang gedacht dat herstel van zenuwweefsel daarom niet mogelijk is. Zenuwcellen worden echter omgeven door diverse soorten steuncellen die onderhoud en reparatiewerkzaamheden verrichten. Er is meer mogelijk dan we dachten…

We weten ook dat zenuwcellen in staat zijn om meer, en sterkere synapsen te vormen. Op die manier kunnen ze krachtiger gaan functioneren. Bij zenuw-verbindingen geldt: “Use it or lose it” of liever “Use it and maintain and gain it”.

Dat is hoogstwaarschijnlijk ook de grondslag voor het effect van de door mij in praktijk toegepaste BSM-deJong® therapie… Door middel van bewegingsoefeningen: en het daardoor dagelijks en gericht prikkelen van zintuigen en de onderliggende zenuwbanen, kan je die zenuwverbindingen sterker maken.

Andersom is het helaas ook zo dat te weinig of verkeerde prikkels de werking van zenuwen (en de organen die zij besturen) negatief kan beïnvloeden…

De laag frequente trillingen uitgezonden door windmolens zijn van die verkeerde prikkels die het zenuwstelsel negatief kunnen beïnvloeden.

Ik wil deze argumentatie nog aanvullen met de volgende uitleg:

Autonoom zenuwstelsel: sympathisch – parasympathisch

Ons zenuwstelsel bestaat uit bewust en onbewust werkende onderdelen. Met de grote hersenen kun je bewust bewegingen en beslissingen maken en acties ondernemen. Maar een heel groot deel van het zenuwstelsel werkt onbewust of te wel: autonoom: dat is ons autonome zenuwstelsel.

Via autonome zenuwbanen die uit je hersenen, je centraal zenuwstelsel ontspringen worden al je inwendige organen aangestuurd, zonder dat je daar bewust invloed op kunt uitoefenen. Zo worden je hart, je longen en al je buikorganen (maag, lever, darmen, milt, nieren, pancreas, …) continu meer of minder aan het werk gehouden. Ongelofelijk dat het kan, maar het werkt, volledig automatisch!

Dat het allemaal zo goed en automatisch werkt is wonderlijk en iets waar we eigenlijk heel dankbaar voor mogen zijn. Het wordt allemaal geregeld door ons autonome zenuwstelsel.

Het autonome zenuwstelsel bestaat uit 2 onderdelen die elkaar als het goed is mooi in evenwicht houden: het sympathisch en para-sympathisch zenuwstelsel.

Als er plots een tijger voor je staat… zie of ruik je die… je zintuigen geven prikkels door aan je zenuwstelsel… die gaan ook naar je autonome zenuwstelsel en je lichaam slaat alarm. Dan wordt het sympathisch deel van je ZS actief. Al je organen worden in de ‘sympathische stand’ gezet: je hart gaat sneller kloppen, je ademhaling versnelt, al het bloed gaat naar je spieren en je huid wordt bleek… Je lichaam raakt zo in staat om snel te vluchten of te vechten: “fight or flight!”

De stress van dreigend gevaar zet dus je lichaam in sympathische actie om weer in veiligheid te kunnen komen. Die actie kost energie die even ingezet moet worden om te kunnen overleven.

Maar als de actie is geweest en het gevaar is verdwenen moet je weer bij kunnen tanken. Dat doet je lichaam door de tegenhanger van het sympathisch zenuwstelsel aan te zetten: het para-sympathisch zenuwstelsel wordt actief. Para-sympathische prikkels zetten je verteringsorganen in actie. Je darmen, lever, nieren gaan nu allemaal harder werken en krijgen de ruimte om uit je voedsel energie op te bouwen. Je ontspant, je lichaam komt tot rust, herstelt en reserves worden opgebouwd. Je produceert dan energie.

In onze maatschappij is het helaas zo dat we bijna allemaal te veel (chronische) stress ervaren. Er wordt heel veel van ons geëist en we krijgen haast niet meer de gelegenheid om overdag even bij te tanken. Zelfs kinderen op school hebben al een overvolle agenda en worden continu getoetst op prestaties.

Veel mensen komen door een onbalans in sympathisch en parasympathisch systeem in de problemen met uiteindelijk symptomen als vermoeidheid, concentratieproblemen en geheugenverlies, nervositeit, angsten, burnout, hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, …

Als het overdag niet voldoende lukt om te ontspannen, zou je lichaam in de nacht wellicht nog voldoende kunnen herstellen…Tijdens je slaap zorgt je lichaam als het goed is automatisch voor activatie van het para-sympathisch systeem en tijdens voldoende nachtrust komt je lichaam tot herstel.

Maar als in die stilte van de nacht continu trillingen in je hersenen doordringen en onbewust daar natuurlijke, neurologische processen beïnvloeden, worden die herstelprocessen verstoord.

Laag frequente trillingen van windmolens hoor en voel je misschien niet (of wel?), maar die dringen wel degelijk door in je autonome zenuwstelsel, met alle gevolgen van dien: niet meer kunnen slapen en verlies van herstelmogelijkheden van het systeem… Omdat het lichaam altijd gericht is op homeostase en zelfherstel gaat het compenseren. Trilhaartjes in het gehoor- en evenwicht-systeem worden geremd, of uitgeschakeld, overdag kan tinnitus of hoofdpijn ontstaan. Allerlei vage ‘onverklaarbare’ klachten kunnen de kop op steken. Die nooit 1 op 1 aan de oorzaak te koppelen zijn. Laat staan wetenschappelijk te bewijzen vallen.

Er wordt dan snel gezegd: “ach vage klachten, het zal wel tussen de oren zitten! Ik heb immers nergens last van!”

Maar ook dat is eigenlijk waar en helemaal niet raar… Elk persoon is immers anders gevoelig voor dit soort prikkels…

Tijdens de embryonale ontwikkeling en daarna rijpt je zenuwstelsel en dus ook je autonome zenuwstelsel uit. Een bevruchte eicel groeit uit tot volwassen individu. Dat is een heel bijzonder, uitgebalanceerd proces wat gedeeltelijk van binnen uit gestuurd wordt, maar ook beïnvloed wordt door externe prikkels uit de omgeving. Zo heeft bijvoorbeeld de beweeglijkheid van moeder tijdens de zwangerschap en de prikkels die de schommeling van de vrucht dan ondervindt, invloed op de ontwikkeling van de zenuwverbindingen en dus op het al dan niet later krachtig functioneren van het evenwichtsorgaan van het embryo.

En de ontwikkeling van je zenuwstelsel is nog niet klaar bij de geboorte…

Baby’s en peuters in ontwikkeling gaan reflexmatig en repeterend bewegingen maken: met de handjes grijpen, omrollen, opdrukken, tijgeren, kruipen… Dat doen ze automatisch, maar zeker niet voor niets. Met die bewegingen geven ze prikkels aan het zenuwstelsel waardoor verbindingen tussen hersenonderdelen sterker worden. Die prikkels zijn nodig om het autonome zenuwstelsel krachtig en evenwichtig te maken. De ‘black-box’ van de inwendige organen, die allerlei processen in je lichaam autonoom regelen, gaat krachtiger werken.

Bij sommige kinderen verloopt die prikkeling niet optimaal, daardoor hebben ze een achterstand of scheefstand in ontwikkeling en ontwikkelt hun autonome zenuwstelsel minder krachtig dan gewenst. Het functioneert minder goed en is minder opgewassen tegen belastende en bedreigende externe prikkels.

Overprikkeling ontstaat snel. Dat kan zich heel verschillende uiten: ze gaan prikkels uit de weg (kruipen in hun schulp) of gaan juist wild om zich heen slaan. Soms proberen ze zichzelf te prikkelen door overactief te zijn.

Die mensen hebben een gevoelig systeem en zullen meer last hebben van de constante, eentonige prikkels die windmolens dag en nacht uitzenden. Die continue blootstelling is er als de turbines te dicht bij huizen staan.

Bij alle kinderen moet het autonome systeem nog uitrijpen. Pas bij 25 jaar zijn je hersenen en het autonome systeem in principe volledig ontwikkeld. Als kinderen tijdens de uitrijping van hun zenuwstelsel te veel belast worden door laag frequente trillingen van b.v. windmolens bovenop de belasting die ze tegenwoordig al krijgen door hoog frequente trillingen van wifi en 4G, dan betekent dat niet veel goeds. Ik maak me dan ook zorgen voor alle kinderen, maar met name voor kinderen met een zwakker systeem. Dat zijn juist de kinderen die ik graag wil helpen middels mijn therapie en die het in deze opgefokte maatschappij al erg moeilijk hebben. Zij worden bestempeld met etiketten als ADHD en autisme, maar de belasting gaat door.

Iedereen merkt ook dat er steeds meer kinderen met dit soort problemen zijn… Hoe zou dat komen? Ik vrees door waar wij ze in onze maatschappij allemaal aan blootstellen en wat wij daarnaast nog allemaal van ze eisen.

Laten we de belasting verlagen en zeker niet verhogen… Laten we ons inspannen om windmolens dicht bij de bebouwde kom te weren!

====================

Biografie Karin Vocking

Ik ben afgestudeerd als analist en bioloog. Later heb ik de deeltijdpabo gedaan en vijf jaar als leerkracht gewerkt in het basisonderwijs. Daar ontdekte ik dat er in elke klas veel zorgleerlingen zitten, die ik een veilige leeromgeving probeerde te bieden, maar die ik onmogelijk structureel ‘beter’ kon maken. Veel kinderen zitten ‘in de knop in de knoop’ en krijgen in het huidige prestatiegerichte onderwijssysteem stempels, waarmee ze feitelijk niet vooruitgeholpen worden.

Daarna vond ik weer werk in de biologie. Ik werkte gedurende 12 jaar in wetenschappelijk onderzoek van zenuwcellen. Ik maakte celbiologische preparaten, die ik met de elektronenmicroscoop bestudeerde. Met verschillende en gecombineerde microscopische technieken hielp ik zo mee om antwoorden te vinden op neurowetenschappelijke vragen. Dit zijn kleine bouwstenen in het onderzoek naar neurologische ziekten als Alzheimer, ALS en Parkinson.

In 2010 kwam ik in aanraking met BSM-deJong® therapie. Ik ontdekte dat dit in feite een soort praktische toepassing is van neurowetenschap en ontwikkelingsbiologie en dat je met deze methode kinderen wel ‘uit de knoop’ kunt helpen. Dat die kinderen het lastig hebben heeft te maken met een onevenwichtig of zwakker ontwikkeld of vertraagd uitrijpend autonoom zenuwstelsel. Vol verwondering zag ik de mogelijkheid om alles wat ik tot dan toe had geleerd en gedaan te combineren. Dit alles kan ik nu in praktijk brengen en daarmee kinderen helpen om evenwichtig in hun kracht te komen en gezond, gelukkig en ontspannen in het leven te staan.

In 2015 heb ik de driejarige opleiding tot BSM-deJong® therapeut afgerond en in 2016 ben ik mijn praktijk ‘uit de knoop’ gestart (www.bsm-uitdeknoop.nl).

Er is natuurlijk geen enkel direct verband tussen mijn wetenschappelijke werk enerzijds en mijn BSM-praktijk anderzijds. De enige link ben ik zelf, en mijn focus op zenuwcellen vanuit twee totaal verschillende invalshoeken. Dat maakt mijn visie op deze materie juist breed, bijzonder en toepasbaar.